Poldertje, Dyksfearten

Regelmatig loop ik (Manué) over het fietspad It Nije Binnenpead (Zuiderzeeroute) tussen Ferwoude en Gaast. Direct na de brug loop je dan langs een poldertje, beheerd door It Fryske Gea, één van de zogenaamde Dyksfearten. Iets waar ik erg van geniet.

Tot mijn verbazing heb ik de afgelopen jaren nooit enige actieve bemaling gezien dmv het molentje dat daar nu juist naar mijn mening voor geplaatst was. Tussendoor werd het waterpeil zelfs op peil gehouden mbv een trekker met pomp en dat terwijl windenergie één van de speerpunten is van It Fryske Gea. Toen afgelopen najaar het poldertje volledig onderliep rees bij mij de vraag of dit nu het beleid was van It Fryske Gea of dat het ontbrak aan visie en/of toezicht.

Dit heb ik voorgelegd aan het districthoofd West van It Fryske Gea, Hans Pietersma en hierop kreeg ik het volgende antwoord:

Geachte heer Gerrits

Blij dat u bij deze vraag bij ons neerlegt, want wij willen iedereen graag uitleggen waarom we dit beheer voeren. Er zijn meerdere redenen waarom it Fryske Gea belang heeft bij hoog water in dit soort polders.

Algemeen

Als je kijkt naar het Friese land dan is het een uitzondering dat we ergens een perceel land aan treffen waar het water in de greppels staat. Nu is dat toevallig  even anders maar dit is een uitzondering.

In mijn jeugd en dan praat ik over de 60ster jaren was dat normaal. Het boezempeil was in de winter hoger dan in de zomer. Er waren nog veel boezemlanden, die s’winters onder water stonden. Met als gevolg dat er specifieke planten voor kwamen zoals zegge’s en de O zo mooie Dotterbloem. Met name deze laatste soort moet beslist enkele maanden onder water staan anders kiemt het zaad niet. Naast planten kwamen in Friesland nog Kempanen voor, maar ook de Watersnip was vrij algemeen. Door de aanleg van het gemaal in Stavoren en de uitvoering van diverse ruilverkavelingen waar de waterbeheersing een belangrijk doel was. Is de waterstand drastisch verlaagt met als gevolg dat veel planten en dieren zijn verdwenen.  Juist nu is  het zover dat een perceel dat een gedeelte van het jaar onder water staat vragen oproept, terwijl dit vroeger normaal was.

Weidevogels.

Uit onderzoek is duidelijk gebleken dat weidevogels houden van een hoge waterstand. Deze waterstand moet al in november omhoog naar het benodigde peil. Het voordeel voor de weidevogels is dat de grond koud uit de winterkomt en de grasgroei langzaam op gang komt. Ook later als de jongen uit het ei zijn is er nog geen dichte grasvegetatie waarin ze anders zouden verstrikken en geen voedsel kunnen vinden. Een hoge waterstand betekend dat het voedsel hoog in de grond zit en dus bereikbaar is voor de vogels. Voor vogels is het lastig om in droge grond voedsel te bemachtigen. Ook al is het maar een klein laagje wat verdroogt ze kunnen dan niet bij het voedsel. Dit probleem hebben we de laatste jaren vaak. De vogels zoeken voedsel in greppels en in slootkanten. Een soort als de Grutto neemt in deze situatie geen risico en broed gewoon niet. Dat kan wel oplopen tot 60 % van de populatie die niet tot broeden komt. Verder is het zo dat waterpartijen voor vogels erg belangrijk zijn. Dit is vooral in de periode dat ze hun broed gebieden weer opzoeken. Het geeft een gevoel van veiligheid, ze slapen op deze plekken en ze zoeken er voedsel.

Beheer It Fryske Gea

Uit onderzoek van de Rijks Universiteit Grondingen blijkt dat de weidevogelgebieden van zowel Staatsbosbeheer , Natuurmonumenten en It Fryske Gea de enige terreinen zijn waar de weidevogels tien keer meer  kans hebben om jongen groot te brengen dan gewoon boeren land.

Op dit moment zijn we druk bezig om samen met het waterschap Fryslân in onze weidevogel terreinen de waterstand omhoog te krijgen. Samen met minder bemesting zal ons land beter geschikt zijn voor weidevogels. In het kader van het opkrikplan weidevogels hebben we in diverse terreinen al poelen aan gelegd. Ook kunnen lage delen onder water zetten door opmalen van water en het afdoppen van greppels.

In dit kader is juist het poldertje erg belangrijk. Niet misschien als broedplek voor weidevogels maar wel in het voorjaar. Als het water voor een gedeelte is weg gemalen door de windmolen zien we dat vogels als grutto, kievit maar ook kemphanen dagelijks in het poldertje naar voedsel zoeken en rusten. Voor de kievit en de grutto is dat al vroeg in het voorjaar. Maart en april. De kemphaan komt vaak later in mei of juni en verhuist dan naar zijn broedgebied in het hoge noorden. Soms hebben de kemphanen een balsplaats in dit poldertje.

Zodra de grasgroei op gang komt komen er schapen in het poldertje om het gras kort te houden. De waterstand is dan natuurlijk ook lager en mag in de zomer opdrogen.

Verder over uw vraag over het pompen met de trekker.

Gelijk met de aanleg van het fietspad is er een windmolen geplaatst voor het instandhouden van de waterpeil. In de winter niet malen en mag er water instaan. Vanaf februari- maart instellen op een lager peil zodat een gedeelte plasdras blijft. Later kan het droger i.v.m. het beweiden met schapen.

Helaas is de molen buiten bedrijf. Er iets mee wat we zelf niet kunnen herstellen. Reparatie zal deze zomer plaatsvinden. Zolang de molen en dat gold ook voor het verleden niet kan pompen wordt dit door een trekker met pomp uitgevoerd. It Fryske Gea heeft dit materiaal zelf of door de pachter W.Attema.

Met vriendelijke groet,

Hans Pietersma

Districtshoofd West

 

De heer Pietersma verleende toestemming om zijn mail op deze site te publiceren.

 

Wil je reageren, heb je op- en/of aanmerkingen, mail me!

imag0593
Polder zonder water
imag0607
Polder onder water

 

 

 

 

 

Filmpje van het baggeren, verkregen via Youtube: